HomeVeelgestelde vragen

Veelgestelde vragen (FAQ)

Straling is toch niet nieuw

1. Straling is er toch altijd al geweest bijv. vanuit het heelal, van de zon. En van het tientallen jaren gebruik van radio/ TV -zenders etc zijn toch ook geen problemen ondervonden?

In de straling afkomstig uit het heelal (achtergrondstraling) en van de zon is de mens al eeuwenlang geevolueerd. De hoeveelheid straling hiervan is erg gering te noemen en deze straling heeft een natuurlijk karakter en kunnen normaal gesproken geen substantiele gezondheidsklachten veroorzaken.

De eerste typen door de mens gemaakte straling kwamen er rond het jaar 1900 met de ontwikkeling van de radiozender en later de televisie en bijv. ook de radarzenders. Alhoewel hier o.a. door bedienend personeel vlakbij deze zenders wel gezondheidsklachten werden aangegeven (en ook door onderzoeken zijn aangetoond) is de algehele blootstelling van de bevolking hieraan minimaal gebleven. Mede door het geringe aantal gebruikte zenders en de ruime afstand tot werk- en leefomgeving tot de bevolking,

Na de introductie van de draadloze digitale zendtechnieken, in de jaren '90,van GSM en daarna UMTS is het stralingsniveau exponentieel gestegen. Grotendeels veroorzaakt door de vele duizenden geplaatste zendmasten. Maar recente ook door de grote opmars van de Dect- Wifi -zenders enz. in huis,op kantoor, op werkplek.

Met het gevolg dat het gemiddelde stralingsniveau in de menselijke leefomgeving een miljardenvoud hoger is dan die van ongeveer een eeuw geleden.

Hier nog bijkomend dat vooral de nieuwe techniek van een gecombineerd signaal met digitale pulsen (van GSM, UMTS, Dect, Wifi etc.) al op lage niveau's significante gezondheidklachten kan veroorzaken. En dit al op niveaus die veel lager liggen dan de niveaus die in de praktijk nu veelal voorkomen.

 

 

Stijging van het stralingsniveau van het jaar 2000 tot en met 2011. Met hierin aangegeven in de groene balk het gewenste stralingsniveau van 0,6V/m wat volgens vele organisaties de maximale toelaatbare stralingsniveau zou moeten zijn.

 

Om het niveauverschil over een langere periode aan te geven:

Het niveau van de natuurlijke achtergrondstraling bedraagt zo'n: 0,000001 uW/m2

De maximaal toelaatbare waarde in 2012 van UMTS bedraagt: 20.000.000uW/m2

Wettelijke normen


2. Er zijn toch wettelijk normen voor deze zendtechnieken en deze worden toch gecontroleerd?

De normen voor elektromagnetische velden van mobiele communicatie worden opgesteld door de instantie ICNIRP ( http://icnirp.de/ ) Veel landen conformeren zich aan deze norm.

Deze normen zijn in 1998 opgesteld, met de toenmalige kennis dat het enige effect wat deze microgolven kunnen opwekken alleen een opwarmend effect is. Als deze opwarming binnen bepaalde grenswaarden blijft wordt de de uitgezonden straling veilig geacht.

Echter vooral na het jaar 2000 verschenen er vele studies die , binnen deze normen, allerlei negatieve biologische effecten constateerden. Vele onderzoekers wijten deze biologische effecten vooral aan de geintegreerde gepulste signalen in deze recent ontwikkelde zendtechnieken. Vele onderzoekers stellen dat de nu gehanteerde normen niet toereikend en veels te hoog zijn

Ondanks de duizenden uitgekomen onderzoeken heeft de ICNIRP deze biologische effecten nog steeds niet erkend en zijn de normen onaangepast gebleven.

Deze passieve houding van de instantie ICNIRP is door vele andere partijen niet onopgemerkt gebleven en  heeft o.a. diverse Europese instanties doen besluiten om zelfstandig lagere blootstellingsnormen te adviseren

  • Europees Parlement
  • Raad van Europa,
  • European Environment Agency

Omdat het hanteren van een lagere blootstellingsnorm voor landen als een advies geldt en niet als een wet kunnen landen zelf bepalen of zij dit advies opvolgen. Een aantal landen in Europa hebben ondertussen besloten een lagere normering voor deze zendtechnieken te hanteren. (bijv. Belgie, Luxemburg, Zwitserland...)

Ook buiten Europa zijn er al veel landen die een, soms erg forse, verlagingen van de normen hebben doorgevoerd (zoals bijv Rusland, Australie, Nieuw-Zeeland, Israel...)

SAR-waarden

3. SAR - Waarden

De veiligheidsnorm voor mobiele telefoons heet de SAR-waarde. SAR staat voor 'Specific Absorption Rate' of in het Nederlands 'Specifiek Absorptie Tempo' (SAT). Het is een grootheid die uitdrukt hoeveel stralingsenergie er in het lichaam wordt geabsorbeerd. Als er te veel energie wordt opgenomen in het lichaam, leidt dat tot opwarming van het weefsel. Bij te sterke opwarming ontstaan er schadelijke effecten, zoals verbranding van de huid, cataract of onvruchtbaarheid.

De SAR waarde kan berekend worden voor het hele lichaam, of voor een bepaald lichaamsdeel, zoals het hoofd (lokale SAR).

Voor mobiele telefoons bedraagt de maximale lokale SAR waarde (hoofd en romp) 2 Watt per kilogram lichaamsweefsel (W/kg). Deze norm is vastgelegd in een Europese aanbeveling, die op haar beurt teruggaat op de normen bepaald door het ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). In de Verenigde Staten geldt een norm van 1,6 W/kg.

Het ICNIRP bepaalde deze norm op basis van metingen op een zak met vloeistof, die model moest staan voor een menselijk hoofd. Die zak stelde men vervolgens bloot aan straling en men kijkt vanaf welk stralingsniveau de vloeistof te sterk begint op te warmen. De norm is bedoeld om deze opwarming binnen de perken te houden.

Maar zoals vele onderzoeker zoals o.a. Prof. Moshchalkov,( natuurkundige aan de universiteit van Leuven), opmerkte: zijn onze hersenen meer dan een zak vloeistof.

De huidige normen werden vastgelegd door elektrotechnische ingenieurs, die wegens een gebrekkige kennis over het menselijk lichaam voorbij gaan aan het feit dat onze hersenen bestaan uit een hyperfijne en geleidende structuur van membranen en zenuwcellen. Die zenuwcellen gebruiken zelf zeer zwakke elektrische signalen om met elkaar te communiceren. Wetenschappers vermoeden dat die celcommunicatie gemakkelijk kan worden verstoord door de krachtige microgolfstraling van een mobiele telefoon.

Vele wetenschappers stellen dan ook dat de huidige SAR-norm (veel) te hoog is. Zo pleit o.a. het Duits Federaal Bureau voor Stralingsbescherming voor een SAR-norm van 0,6 W/kg.

Anderzijds zijn er aanwijzingen dat gsm's met een lage SAR juist moeilijker verbinding maken met het netwerk, waardoor ze in de praktijk juist méér zouden stralen 

 

Maar de vraag is of SAR überhaupt de juiste grootheid is om de veiligheidsnorm op te baseren.

De SAR norm is gebaseerd op de veronderstelling dat straling enkel schadelijk kan zijn door opwarming van weefsel (thermisch effect). Deze veronderstelling is foutief gebleken, aangezien studies veel sub-thermische schadelijke effecten aan het licht brachten. Die sub-thermische effecten ontstaan bij relatief zwakke stralingsniveaus, te zwak om opwarming te veroorzaken. Het ICNIRP, de instantie die internationaal de stralingsnormen vastlegt en vele andere gezondheidsinstanties weigeren echter nog steeds om deze sub-thermische effecten te erkennen.

 

Beleid NL-overheid

 Beleid van de Nederlandse overheid

 zendmast NL

De Nederlandse overheid speelt een belangrijke rol in o.a. het beleid rondom telecommunicatie-netwerken en ook de eventuele gezondheidsgevaren hiervan.

 

Inzet tot introductie en uitbreiding van GSM /UMTS

Begin jaren 90 was de grote opkomst van de nieuwe digitale communicatie- netwerken startend met het GSM-netwerk. Dit netwerk werd gezien als een belangrijke nieuwe techniek waarvan de mens in hoge mate, zowel prive maar vooral zakelijk, van kon profiteren.

Om dit netwerk tot stand te brengen moet er gebruik worden gemaakt van bepaalde frequentie-banden welke door de overheid gereguleerd worden. De overheid ( Agentschap Telecom, ministerie van EZ ) heeft deze frequentiebanden aangeboden middels een frequentieveiling. Omdat de potentie van deze nieuwe technieken enorm hoog waren zijn hier forse bedragen geboden en betaald voor deze frequenties.

Na het binnenhalen van deze frequentiebanden en het afsluiten van een antenne-convenant zijn de telecombedrijven (zo helft jaren 90) gestart met de opbouw van dit GSM-netwerk.

Gaande weg de uitrol hiervan kwamen de eerste berichten en de twijfels over de gezondheids-veligheid van deze zendmasten en mobiele telefoons. De eerste serieuze berichten kwamen uit de Verenigde Staten waar al enkele jaren eerder gestart was met deze netwerken. Maar ook in Nederland kwamen de eerste mensen die zich melden met het ontstaan van gezondheidsklachten in de nabijheid van deze zendmasten.

Deze grote onduidelijheid over de gezondheidsgevaren van deze zendmasten leidde ertoe dat in vele gemeenten plaatsingen van zendmasten werden geweigerd. Zo heeft dit tot vele rechtzaken en vertragingen geleid voor het landelijk dekkend krijgen van het netwerk.

UMTSzendm3

Begin 2000 kwam de introductie van UMTS. Voor UMTS zijn meer en andere frequenties nodig, wat betekende dat de overheid deze frequenties weer middels een veiling kon aanbieden. Voor dit UMTS netwerk waren echter wel duizenden extra zendmasten nodig. De telecombedrijven wilden echter alleen bieden op deze UMTS-frequenties als er geregeld werd dat deze zendmasten dan ook makkelijker, zonder veel tegenstand, konden worden geplaatst. 

Zodoende zijn er enkele significante aanpassingen gedaan in het antenne-convenant om burgers en ook gemeenten buiten spel te zetten om zendmast plaatsingen tegen te gaan. Nadat dit was geregeld  kon gestart worden met de uitrol van het UMTS-netwerk

Enkele belangrijke wijzigingspunten in het UMTS-convenant zijn te lezen op: http://www.stopumts.nl/convenant

Opbrengst van de UMTS frequenties: +/- 2,7 miljard euro
En recent voor 4G frequenties:  +/- 3,8 miljard euro

De afgesloten convenanten van de overheid met de telecomproviders zijn te vinden op:http://www.antennebureau.nl/onderwerpen/Plaatsing+antennes/Antenneconvenant

 

Onderzoeken

Doordat er al meer gezondheidsklachten werden aangegeven en vragen over de veiligheid werden gesteld heeft de Nederlandse overheid doen besluiten om in Sept. 2003 een studie te laten uitvoeren naar een mogelijke link tussen gezondheidsklachten en GSM / UMTS zendinstallaties.TN

Deze studie werd gedaan door TNO en is ook bekend onder de naam COFAM 1.

In dit onderzoek werden 72 proefpersonen, 20 minuten lang,blootgesteld aan GSM en UMTS straling. Conclusie uit dit onderzoek was dat:

Het resultaat van het onderzoek is dat er een statistisch significante relatie gevonden is tussen de aanwezigheid van radiofrequente velden die lijken op die van een UMTS basisstationsignaal en het ervaren welzijn van de proefpersonen

tnografiektoename groepaOfwel de proefpersonen ondervonden gezondheidsproblemen zoals: o.a. duizeligheid, nervositeit, concentratie problemen, tintelingen...

Bijvoorbeeld te zien op eén van de grafieken uit dit onderzoek. (de percentuele stijging van klachten als men blootgesteld wordt aan UMTS)

Het gehele rapport is te lezen op:

http://www.milieuziektes.nl/Rapporten/TNO-FEL%20REPORT_03148%20%28Definitief%29.pdf 

 

Twijfel bij gemeenten

Dit onderzoek en de reeds aanwezige twijfel over de gezondheidsveiligheid van deze zenders was dan ook voor tientallen gemeentes in Nederland de aanleiding om plaatsingen van GSM-en UMTprotest2S zendmasten tegen te houden.

Dit was uiteraard ongewenst voor de telecombedrijven maar ook voor de overheid zelf want deze had, bevestigd in het convenant, medewerking toegezegd voor een soepele uitrol van het UMTS- netwerk

 

COFAM 2

Opvolgend op dit TNO onderzoek heeft overheid toen besloten nogmaals een onderzoek te laten doen naar dit onderwerp. Dit onderzoek werd gedaan in Zwitserland (2006) en staat ook bekend als COFAM 2.

Hier werden 128 proefpersonen, 45minuten blootgesteld aan UMTS-straling

Conclusie uit dit onderzoek was dat er geen significante gezondheidsgevolgen waren gevonden onder de proefpersonen die zo'n 45 minuten waren blootgesteld. Echter voor lange termijn gevolgen van deze RF stralingsbelasting kon men, middels dit onderzoek, geen enkele conclusie trekken.

Samenvatting van dit rapport is te vinden op: http://www.electroallergie.org/Openingspagina/Actueel/Samenvatting.pdf

Over dit onderzoek is veel kritiek gekomen. Ten eerste zijn enkele personen die tijdens de test onwel waren geworden niet meegenomen in het onderzoek. Ten tweede is  nooit het complete onderzoek vrijgegeven maar alleen een korte samenvatting, wat zeer ongebruikelijk is.)

Onderbouwde kritieken over dit rapport is te lezen op:  http://www.stopumts.nl/pdf/fabel4.pdf

 Naar aanleiding van dit COFAM 2 onderzoek heeft staatssecretaris Van Geel destijds tijdens van geeleen officiele persconferentie gezegd dat: hij er nu dan ook van uitging dat gemeenten hun afwachtend beleid zouden aanpassen en toestemming zouden geven om zendmasten te plaatsen.

Reportage van Eén Vandaag o.a. over dit Zwitsers onderzoek met ook de uitspraken van staatssecretaris van Geel:

You need to a flashplayer enabled browser to view this YouTube video

 

Veiligheid gezondheid

De veiligheidsnormen die de Nederlandse overheid hanteert, en die opgelegd worden aan de telecombedrijven, zijn grotendeels gebaseerd op de normen die aangegeven zijn door de instantie ICNIRP.

Over deze ICNIRP normen is grote controverse omdat wetenschappers al ver binnen deze normen duidelijke gezondheidsschade constateren.

Over de controverse rondt deze ICNIRP-normen zie ook Veel gestelde vragen – wettelijke normen

 

 GR

 

De Gezondheidsraad

Voor de veiligheid, de te hanteren normen, de ontwikkelingen met betrekking tot wetenschappelijke onderzoeken laat de overheid zich adviseren door de Nederlandse Gezondheidsraad. (www.gr.nl)

De raad die zich bezig houdt met elektromagnetische velden bestaat uit zo'n 13 specialisten op dit gebied. De namen van deze Nederlandse specialisten zijn o.a. te vinden op:
http://www.gr.nl/nl/adviezen/gezonde-leefomgeving/mobiele-telefoons-en-kanker-deel1-epidemiologie-van-tumoren-het-hoofd

Hoewel er bij vele wetenschappers en experts grote twijfel is o.a. over de toereikendheid en hoogte van de gehanteerde ICNIRP-normen, de potentiele gezondheidsgevaren, de interpretatie van alle negatieve onderzoeken. heeft daarentegen de Nederlandse Gezondheidsraad tot nu toe geen enkele aanleiding gezien om ongerust over te worden. Ook ziet zij nog geen enkele aanleiding om preventieve adviezen te geven om blootstelling te verminderen.

 

 kpemv

 

Kennis platform EMV

Omdat er toch grote discussie is over de veiligheid van Elektromagnetische Velden (EMV) van o.a. GSM-UMTS heeft de overheid een zogenaamd Kennisplatform EMV opgericht. Dit Kennisplatform heeft als opzet om alle kennis omtrent dit onderwerp te bundelen.

De functie-omschrijving van dit Platform is alsvolgt:

In het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid werken het RIVM, TNO, KEMA, de GGD'en, het Agentschap Telecom en ZonMw samen om wetenschap te duiden voor burgers en werknemers. Het Kennisplatform EMV werkt samen met de Gezondheidsraad.

http://www.kennisplatform.nl/Homepage.aspx

Klankbordgroep

Een onderdeel van dit Kennisplatform is de zogenaamde Klankbordgroep waarin ook maatschappelijke organisaties en critici hun visie in kunnen brengen. Enkele organisaties zijn o.a. StopUmts, Stichting EHS, NPS, NIBE.

Deze Klanbordgroep laat veelal een kritisch geluid horen over het gevoerde overheidsbeleid en het negeren van wetenschappelijke aanwijzingen. Alhoewel dit geluid in de beginperiode van dit Platform slecht gehoord werd is er toch langzamerhand meer begrip en meer interesse voor deze kritische geluiden.

Verslagen van de bijeenkomsten van het Klankbordgroep bij het Platform EMV zijn te lezen op:

http://www.kennisplatform.nl/organisatie/Klankbordgroep/Verslagenklankbordgroep.aspx

 

RIVM

 

 

RIVM

Ook het RIVM houdt zich bezig met de problematiek rond elektromagnetische velden. Naast dat zij ook zitting hebben in het Kennisplatform formuleerd zij soms ook het gevoerde overheidsbeleid. Met betrekking tot de eerder genoemde COFAM 1 en 2 onderzoeken concludeerde het RIVM dat het COFAM 2 onderzoek beter qua opzet en beter uitgevoerd was dan het COFAM 1 /TNO. Deze conclusie was de basis voor de eerder genoemde uitspraken van staatsecretaris van Geel over het zendmast beleid en de weigering van gemeentes.

Studie RIVM

Ondanks dat er na deze 2 COFAM studies nagenoeg geen enkel onderzoek meer is gedaan door de Nederlandse overheid is er recent (jan.2013 ) een onderzoek gedaan naar het effect van elektromagnetische velden op de ecologie.

Hier is een literatuurstudie gedaan naar 113 studies. Conclusie luidde in 75% van deze hoog niveau onderzoeken wordt een verband gezien tussen EMV en gezondheidsschade bij flora en fauna !

Samenvatting

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0160412012002334

 

 antennebureau

 

Antennebureau

Officieel bureau van de overheid die zich bezig houdt met de informatie verschaffing rondom antennne-installaties. www.antennebureau.nl

 

Zendmasten

 

Zendmasten - de problematiek, de adviezen en de aanbevelingen 

Het plaatsingsbeleid van (GSM/UMTS/4G/..) zendmasten leidt in Nederland tot veel klachten en onrust onder de bevolking.
Veel personen ondervinden gezondheidsklachten van dichtbij geplaatste zendmasten. 

Om inzicht te geven in de problematiek en en zienswijzen over dit onderwerp is hieronder een samenvatting gegeven van een ingezonden brief naar een plaatselijke gemeente.

Deze brief geeft een goed overzicht van de problemen die spelen. De insteek van deze brief is het aangeven van gezondheidsproblemen door een dichtbij geplaatste zendmast en het door de gemeente laten herzien van hun antenneplaatsingsbeleid.


(Datum brief: dec 2013. Weblinks naar ondersteunende documenten zijn vermeld in bijlage brief)

 

-----------------------------------------

Met het plaatsingsbeleid van zendmasten spelen deze onderwerpen een belangrijke rol:

1. Persoonlijke ervaringen
2. Wetenschappelijke onderzoeken
3. Normen
4. Internationale adviezen
5. Beleid van de Nederlandse overheid

 

1. Persoonlijke ervaringen

Meerdere personen in deze gemeente ondervinden gezondheidsklachten van dichtbij geplaatste zendmasten.
Gezondheidsklachten die worden aangegeven zijn o.a. 

- hoofdpijn, spier–en gewrichtspijn, hartritmestoringen, huidproblemen, moeheid en concentratieproblemen, duizeligheid, slaapproblemen, tintelingen

Deze klachten doen zich veelal dagelijks voor, wat het verblijf in de woning, voor sommigen op den duur, vrijwel ondragelijk maakt. Naast de personen met serieuze klachten wordt ook bij andere personen (in hun gezin en omgeving) een langzame verslechtering van het welzijn opgemerkt.

De ervaring bij bijna al deze personen is dat, als zij op voldoende afstand verblijven van deze zendmasten, nagenoeg al deze klachten weer verdwijnen. De klachten zijn bij een aantal van dien aard dat de straling van de zendmast ook letterlijk direct gevoeld wordt, wat een link van deze gezondheidsklachten en de straling van deze zendmast een 100% link maakt.

Veelal spelen deze klachten al jaren, ruim voor de uitgebreide introductie van andere zendapparatuur als Wifi-modems en Dect-telefoons (die ook een bron van klachten kunnen zijn). Echter de stralingsintensiteit van zendmasten is doorgaans vele malen hoger dan deze apparatuur en is er hier dus een duidelijk verschil merkbaar.

Wereldwijd worden deze gezondheidsklachten, door miljoenen mensen evenzo ervaren. Met name dus in de dichte nabijheid van zendinstallaties zoals GSM-/UMTS/ 4G-zendmasten. Percentages die uit onderzoeken naar voren komen is dat 3 tot 10% van de bevolking "gevoeliger" is voor de straling van o.a. zendmasten. Echter blijkt uit onderzoeken dat deze percentages al meer stijgende zijn. Met name beginnen zich nu significante gezondheidsklachten te manifesteren bij personen die eerder aan hebben gegeven geen klachten te ondervinden van EMV.

Dat deze klachten ook echt reëel zijn en niet alleen "' tussen de oren zitten" wordt bevestigd in de vele wetenschappelijke onderzoeken. Maar ook de Nederlandse Rijksoverheid heeft aangegeven dat ontstane gezondheidsklachten, die toegeschreven worden aan EMV, reëel zijn en zeer serieus moeten worden genomen.

2. Wetenschappelijke onderzoeken

Dat de stralingsvelden van deze zendmasten een uitwerking kunnen hebben op het biologische systeem van mens, dier en milieu (en zo dus gezondheidsklachten kunnen veroorzaken) wordt ondertussen in de meerderheid van de wetenschappelijke onderzoeken bevestigd.

De wetenschappelijke stand van zaken is op dit moment dat zo'n 10.000+ onderzoeken op het gebied van digitale stralingsvelden (als GSM,UMTS, Wifi) ongeveer 65—70% van deze onderzoeken negatieve effecten ziet op de gezondheid van mens, dier en milieu.

Om in het kort een duidelijk beeld te geven van al deze onderzoeken zijn hier o.a. drie literatuurstudies interessant. In deze literatuurstudies worden honderden tot duizenden studies nader bekeken om op die manier veel voorkomende consistente patronen en effecten te signaleren.


A. Eén van de toonaangevende onderzoeken hierin is het Bioinitiative-rapport 2012.

Negenentwintig vooraanstaande wetenschappers hebben gekeken naar al het uitgekomen onderzoek van de periode 2007-2012 betreffende elektromagnetische straling. In deze studie hebben zij 1800 onderzoeken nader bekeken om zo een duidelijk beeld te krijgen van veel voorkomende effecten.

Conclusie was, dat binnen de geldende normen, duidelijke effecten gevonden worden op o.a.:
- Beschadigingen van genen en DNA (één – en meervoudige DNA breuken)
- Effecten op lichaamscellen en het ontstaan van tumoren
- Veranderingen in cel functies
- Doorlaatbaar worden van de bloed-brein barrière (meer kans op hersenschade)
- Afname en beschadigingen van voortplantingscellen

In het eerder uitgekomen rapport Bioinitiative-rapport 2007 werden al effecten gevonden als:
- bevorderen van kanker
- beschadigingen aan het zenuwstelsel
- stoornissen van het immuunsysteem
- vorming van stress-eiwitten


B. Een ander toonaangevend onderzoek is in 2011 gedaan door een werkgroep van 31 wetenschappers van het IARC wat onderdeel is van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO)

Bij bestudering van duizenden onderzoeken hebben zij radiofrequente velden (als die voorkomen bij zendmasten) van categorie: 3- niet kankerverwekkend verhoogd ingedeeld in de categorie:

2B- mogelijk kankerverwekkend.


C. Het RIVM heeft in 2013 een uitgebreid onderzoek gefinancierd over de effecten van EMV op de ecologie (flora en fauna). Hier zijn 113 onderzoeken bekeken die voldeden aan strenge onderzoeks-criteria.

Conclusie was dat ongeveer 2/3 van de onderzoeken significante negatieve effecten constateerde. 50% van de dierenstudies en 75% van de plantenstudies. Effecten die zich al bij zeer lage niveaus manifesteren. De grootste effecten zijn gevonden op de ontwikkeling en reproductie van vogels en insecten.


D. Vele onderzoeken die de effecten van zendmasten hebben onderzocht, geven aan dat er een verhoogde kans is op diverse gezondheidsklachten.

Diverse gezondheidsklachten zijn onderzocht zoals bijv.: hoofdpijn, slapeloosheid, moeheid, concentratieproblemen, zicht-/gehoorproblemen maar ook bijv. ernstige ziektebeelden als kanker.

Het gemiddelde beeld wat uit deze onderzoeken naar voren komt is een 3x tot 5x grotere kans voor het krijgen van gezondheidsklachten binnen 300 meter vanaf een zendmast. (zie ook grafiek in de bijlage)


Een onderzoeksrapport gedaan in 2011 door onderzoekers uit Tsjechië en de Oekraïne wordt na bestudering van tientallen onderzoeken een duidelijke link gevonden tussen zendmasten en het ontstaan en de ontwikkeling van kanker.
In enkele, door hun bestudeerde onderzoeken, worden rondom zendmasten, sterke verhogingen van het aantal kankergevallen gezien. Zoals in onderzoek gedaan in:

- Duitsland (binnen 400 meter) -> Na 5 jaar = 1.26x. Na 10 jaar = 3.11x
- Israël (binnen 350 meter) -> Na 1 jaar = 4.15 x

Veel en grote onderzoeken naar de effecten van zendmasten worden nog steeds vrij beperkt gedaan. Naast de wetenschappelijke onderzoeken zijn er ook echter regelmatig mediaberichten over het opvallend aantal gevallen van kanker rondom zendmasten. Een opsomming van deze opgemerkte kankerclusters met vaak tientallen ziektegevallen is te vinden in een rapport vermeld in de bijlage. Dit rapport gaat vooral over ziektegevallen in Groot Brittannië.

 

3. Normen


Normen voor elektromagnetische velden van mobiele communicatie zijn in Nederland, gebaseerd op de adviezen van de instantie ICNIRP.

Deze ICNIRP normen werden vanaf de jaren 1940-1950 toegepast bij o.a. radarinstallaties en andere zendapparatuur, grotendeels voor militaire doeleinden. Hoewel er toen ook al twijfels waren aan de hoogte van deze normen zijn deze, tot de dag van vandaag, ongewijzigd gebleven.

Ook de basisopstelling van het meten van deze straling is ongewijzigd gebleven. Om te bepalen of de straling binnen de normen blijft wordt gemeten aan een met vloeistof gevuld model met de maatvoering van een volwassen marinier.

De voor de telecommunicatie gebruikte frequenties liggen vlakbij de radarfrequenties en worden ook wel microgolven genoemd ( zoals die gebruikt worden in een magnetron). Om de grenswaarden te bepalen gaat deze ICNIRP norm uit van een maximale opwarming van dit "volwassen mariniers"-model van maximaal 1 graad Celsius binnen 30 minuten. Als de opwarming onder deze grens blijft is het stralingsniveau veilig bevonden. Dit betekent dat de ICNIRP-norm alleen uit gaat van een thermisch effect in het menselijk lichaam.

Na de grootschalige introductie van microgolf-zendmasten (GSM) in de jaren 90, verschenen er echter vele wetenschappelijke onderzoeken die allerlei negatieve biologische effecten constateerden. Biologische effecten die bij stralingsniveaus ruim binnen de gestelde ICNIRP- norm worden geconstateerd.

Dit zijn effecten als: Gen-schade, DNA-schade, schade aan lichaamscellen.

Wetenschappers twijfelden openlijk aan de toereikendheid van deze ICNIRP-normen
Punten van kritiek op deze ICNIRP normen zijn o.a.:

• Normen gaan niet uit van biologische effecten die zich in het lichaam voordoen
• Normen gaan niet uit van langdurige blootstelling (> 30 minuten)
• Normen houden geen rekening met baby's, kinderen, ouderen, zieken
• Normen zijn theoretisch te simplistisch onderbouwd en doen geen recht aan alle complexe elektromagnetische processen in het lichaam, met name in de hersenen.

Vele onderzoekers wijten het ontstaan van deze biologische effecten vooral aan de extra signalen die worden bijgevoegd in de nieuwe zendtechniek van GSM/UMTS. Waar bij het uitzenden van bijv. radar één soort frequentie wordt gebruikt wordt, bij o.a. GSM/UMTS, geïntegreerd in deze microgolf een extra digitaal signaal meegezonden.
Deze digitale signalen hebben een veel lagere frequentie en zitten in dezelfde lage frequentieband die ook in het menselijk lichaam/brein gebruikt worden. Hierdoor kan er verstoring optreden in normale lichaamsfuncties en zo dus gezondheidsklachten veroorzaken.

Deze toevoeging van extra frequenties bij het microgolf signaal is voor de grootschalige introductie van deze zendtechniek nooit uitgebreid onderzocht. Dit betekent dat uitgebreid onderzoek naar de effecten van deze nieuwe zendtechniek nu pas achteraf wordt gedaan.


4. Internationale Adviezen


De ontoereikendheid van deze normen wordt ook opgemerkt door diverse (Europese) instanties. Dit heeft geleid dat de volgende instanties aanbevelen: lagere blootstellingsnormen te hanteren.

A- Europees Parlement (aanbeveling 2009)

1. dringt er bij de Commissie op aan de wetenschappelijke basis en de toereikendheid van de limieten voor blootstelling aan EMV's te herzien en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement; vraagt dat de herziening door het Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's wordt uitgevoerd;

2. vraagt dat bij het beoordelen van mogelijke gevolgen van elektromagnetische straling voor de gezondheid in het bijzonder rekening wordt gehouden met biologische effecten, te meer omdat diverse studies hebben aangetoond dat de laagste niveaus de schadelijkste gevolgen veroorzaken; roept op tot actief onderzoek om mogelijke gezondheidsproblemen tegen te gaan, met name door oplossingen te ontwikkelen die de puls- en amplitudemodulatie van de voor transmissie gebruikte frequenties opheffen of beperken;


Ook worden aanbevelingen gedaan met betrekking tot zendmasten- plaatsing:

4. stelt dat de betrokken bedrijven en infrastructuurbeheerders alsook de bevoegde autoriteiten nu reeds invloed kunnen uitoefenen op bepaalde factoren zoals het vaststellen van voorschriften betreffende de afstand tussen de betreffende locatie en de stralingsbronnen, de hoogte van de locatie vergeleken met de hoogte van de zendmast en de richting van straling uitzendende antennes ten opzichte van woonwijken, en dat zij dit uiteraard zouden moeten doen om de bevolkingsgroepen die in de nabijheid van dergelijke apparatuur wonen gerust te stellen en beter te beschermen; verzoekt om een optimale plaatsing van zendmasten en -toestellen en verzoekt eveneens om een gedeeld gebruik van deze zendmasten en -toestellen door verschillende aanbieders, met als doel de verbreiding van slecht geplaatste zendmasten en -toestellen te beperken; verzoekt de Commissie en de lidstaten passende richtsnoeren op te stellen;

8. is van mening dat, gezien het toenemende aantal gerechtelijke procedures en het groeiende aantal verbodsmaatregelen van overheidswege betreffende de installatie van nieuwe EMV-uitzendapparatuur, het in ieders belang is oplossingen te vinden die berusten op een dialoog tussen bedrijfsleven, overheid, militaire autoriteiten en belangenverenigingen van omwonenden over de criteria die worden gehanteerd bij het aanbrengen van nieuwe gsm-antennes of hoogspanningsleidingen, en er op zijn minst op toe te zien dat scholen, crèches, rusthuizen en zorginstellingen zich op een specifieke, op basis van wetenschappelijke criteria vastgestelde afstand van dit soort apparatuur bevinden;


B – Raad van Europa,

8.1.2. reconsider the scientific basis for the present standards on exposure to electromagnetic fields set by the International Commission on Non-Ionising Radiation Protection, which have serious limitations, and apply ALARA principles, covering both thermal effects and the athermic or biological effects of electromagnetic emissions or radiation;
8.4.4. determine the sites of any new GSM, UMTS, WiFi or WIMAX antennae not solely according to the operators' interests but in consultation with local and regional government authorities, local residents and associations of concerned citizens;


C
– Internationale overheden

Voor tientallen landen binnen en buiten Europa hebben overheden besloten een lagere normering voor zendtechnieken te hanteren dan die geadviseerd zijn door ICNIRP. Ook is er regelgeving opgesteld voor minimale afstanden van zendmasten tot (specifieke) bebouwing.

In Europa zijn dat bijvoorbeeld:. Italië, België, Luxemburg, Zwitserland, Oostenrijk, Polen
Buiten Europa zijn dat bijvoorbeeld: Rusland, China, Australië, Nieuw-Zeeland, Israël en recent heeft India de limieten verlaagd tot 1/10 van de eerder gehanteerde ICNIRP norm.

Wereldwijd worden in vele landen de gezondheidsrisico's opgemerkt en worden er passende preventieve maatregelen getroffen.

Aanbevelingen en wetten die dit jaar (2013) zoal zijn aangenomen:

Oostenrijk: De bedrijfs -en gezondheidsorganisaties hebben een gezamenlijke publicatie uitgegeven over de bouw van zendmasten. Gezondheidsaspecten zijn daarin in acht genomen. Op grond van het voorzorgsprincipe dient de stralingsbelasting van alle bronnen opgeteld minder dan 1 mW/m2 (0,6 V/m) te zijn, een factor 10.000 onder de Nederlandse limiet.

Chili: De regering neemt een wet aan de 'Ley de Torres', waarin het zendvermogen van zendmasten strikt beperkt wordt, ter bescherming van de gezondheid van burgers. Bovendien krijgen de burgers inspraak bij al dan niet plaatsen van zendmasten

India: Het Hooggerechtshof van Rajasthan gebiedt verwijdering, binnen twee maanden, van zendmasten nabij (< 500 m) scholen, ziekenhuizen en speelvelden, en verwijst naar een uitspraak van het Indiase Supreme Court, waarin staat dat deze straling "hazardous" is. (De deelstaat Rajasthan is wat oppervlak betreft iets groter dan Italië en heeft 56.500.000 inwoners).

Vanwege gezondheidsrisico's worden in Noida (provincie van India) volgens richtlijnen van het Allahabad Hooggerechtshof, 300 zendmasten van residentiële naar geïsoleerde locaties verplaatst. In 2010 waren al 200 zendmasten uit residentiële locaties verwijderd.

De stad Mumbai stelt voor zendmasten op scholen, colleges, ziekenhuizen en weeshuizen te verbieden en bestaande zendmasten op dergelijke gebouwen te verwijderen, evenals nabije zendmasten die gericht zijn op dergelijke gebouwen.


5. Beleid van de Nederlandse Overheid


Voor de veiligheid van deze mobiele netwerken zijn er meerdere partijen betrokken. Echter is onduidelijk welke instantie nu echt deze verantwoordelijkheid draagt.

A. Telecombedrijven
Telecombedrijven geven aan voor de veiligheid van hun producten volledig af te gaan op de normen die hun worden opgelegd. Voor het veiligheidsvraagstuk verwijzen zij dan ook volledig door naar de overheid, de Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ook geven zij aan geen zelfstandig onderzoek te doen naar de veiligheid van hun producten.

B. De (Nederlandse) overheid
De Nederlandse overheid gaat af op de adviezen die worden gegeven door de Gezondheidsraad. Deze Gezondheidsraad heeft bij de introductie van deze zendtechnieken geadviseerd om de ICNIRP-normen te hanteren.

C. De ICNIRP
De Voorzitter van de ICNIRP-commissie heeft meerdere malen aangegeven dat de ICNIRP-normen feitelijk alleen bedoeld zijn voor kortdurende blootstelling (maximaal 30 minuten). Ook geeft de ICNIRP aan alleen adviezen te geven van alleen de thermische effecten op het lichaam. Voor de normering van bijvoorbeeld zendmasten kan geen aanspraak worden gedaan op deze ICNIRP norm.

 

ALARA

Wat, vanuit de ICNIRP zelf, en vanuit de vele onderzoeken en adviezen naar voren komt is dat deze ICNIRP-normen niet voldoende toepasbaar zijn voor de normering van o.a. zendmasten. Een goed alternatief voor deze normering is echter op dit moment niet beschikbaar.

Omdat er dus een grote twijfel is aan de veiligheid van o.a. zendmasten, en goede toereikende normen ontbreken, wordt er door veel onderzoekers/instanties geadviseerd nu het ALARA-principe te hanteren.

ALARA (As Low As Reasonably Achievable) ofwel "zo laag als redelijker wijze bereikbaar is"

In de praktijk houdt het ALARA-principe in dat het stralingsniveau van zendmasten zo laag als mogelijk moet worden gehouden. Dit kan o.a. bereikt worden door het hanteren van :
- een lagere stralingsnorm om zo bij de stralingsbron het niveau te verlagen.
- een minimale afstandsnorm die zorgt dat de afstand tot stralingsbronnen worden vergroot.

Omdat het stralingsniveau direct bij de zendmast het hoogst is kan met het behouden van voldoende afstand een lager algeheel stralingsniveau verkregen worden in bijv. dichtbij gelegen woonwijken. Deze afstandsnorm is in de praktijk ook beter inpasbaar omdat de dekking van de zendmast op deze manier niet te veel beperkt wordt.

Voor het bepalen van een voldoende beschermende afstand zijn meerdere factoren van belang o.a.: De sterkte van het uitzendsignaal, de hoeveelheid, het type en de hoogte van een zender.

Afstanden die internationaal zoal gehanteerd en geadviseerd worden zijn doorgaans: dat zendmasten (minimaal) >300 meter vanaf woongebieden dienen te worden geplaatst.

Deze afstandsnormen komen o.a. voort uit wetenschappelijke onderzoeken die, vooral binnen deze 300 meter een duidelijke verhoging zien van het aantal gezondheidsklachten. Buiten de 300 meter zijn effecten minder duidelijk waargenomen.
Een andere of aanvullende manier van afstandsbepaling wordt met name in Oostenrijk en Zwitserland gedaan door het hanteren van blootstellingsnormen die wel rekening houden met biologische effecten.

De norm SBM2003 staat voor de Duitse bouw biologische richtlijnen uit 2003. Deze richtlijnen zijn aan de hand van meer dan tienduizend metingen in woon- en werkomgeving door Duitse bouwbiologen opgesteld in samenwerking met artsen en wetenschappers.

Deze normen zijn vele malen lager dan de normen die nu gehanteerd worden. Ook de stralingsniveaus die in de praktijk voorkomen, vooral in de nabijheid van zendmasten, zijn ruim boven deze SBM-normen.
Om een beeld te geven hoe de verhoudingen liggen van de verschillende normen.

Nederlandse norm = 61 Volt per m2.
Praktijk meetwaarde vlakbij zendmasten = 3 Volt per m2.
Salzburg (Oostenrijk) = 0,06 Volt per m2.
SBM 2003 (Duitsland) = 0,003 Volt per m2.

 

De Nederlandse Overheid

Ook de Nederlandse Rijksoverheid houdt zich bezig met dit onderwerp. Ondanks de relatief korte tijd dat deze technieken zijn uitgerold en er lange tijd weinig informatie over dit onderwerp beschikbaar was, wordt ook hier langzaam de problematiek duidelijk. Zo zijn er ondertussen een aantal onderzoeken gestart en worden er preventieve adviezen gegeven omtrent EMV.

In zo'n advies (met betrekking op het mobiele telefoongebruik) heeft staatssecretaris Mansveld aanbevolen het ALARA-principe te hanteren.

Dit is o.a. te lezen in de briefwisselingen tussen de Gezondheidsraad en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
In de discussies omtrent "Mobiele telefoon gebruik en kanker" heeft de voorzitter van de Nederlandse Gezondheidsraad recent aangegeven dat het ALARA-principe hierin te overwegen is. Hierop antwoordend heeft staatssecretaris Mansveld recent in advies een appèl gedaan op bedrijven en burgers om het ALARA principe na te streven.

"De suggestie van de Gezondheidsraad om blootstelling aan elektromagnetische velden zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden interpreteer ik in dit verband daarom als een appèl op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven om daar waar het redelijkerwijs mogelijk is bij te dragen aan het beperken van de blootstelling aan elektromagnetische velden van mobiele telefoons."



Kennisplatform EMV

Voor het toenemend aantal vraagstukken, het vergaren van kennis en advies, en de communicatie rondom EMV heeft de rijksoverheid het Kennisplatform EMV opgericht.

Dit Kennisplatform is een overlegorgaan tussen verschillende (overheids-) instanties zoals: RIVM, TNO, KEMA, de GGD'en, het Agentschap Telecom en ZonMw om samen wetenschap te duiden voor burgers en werknemers.

Ook wordt er overleg gepleegd met maatschappelijke organisaties en criticasters van het beleid waaronder de zogeheten Klankbordgroep. In deze overleggen wordt door de Klankbordgroep aangegeven dat preventieve maatregelen al meer urgent worden. Dit wordt breed onderbouwd door wetenschappelijke onderzoeken en middels het aangegeven dat er veel burgers zijn die last ondervinden van EMV.


Voortvloeiend uit deze overleggen zijn onlangs door dit Kennisplatform EMV o.a. de volgende adviezen gepubliceerd:

• In het Kennisbericht elektrogevoeligheid wordt aangegeven hoe de gezondheidszorg moet omgaan met personen die gezondheidsklachten ervaren van EMV. Gezondheidsklachten die reëel zijn en zeer serieus moeten worden genomen.

• November 2013 is een enquête gestart met het onderwerp "Elektromagnetische Velden en Gezondheid". Hier wordt bij huisartsen en arbo-artsen geïnventariseerd hoeveel personen hun klachten wijten aan EMV. Ook wordt gevraagd wat voor soort klachten ervaren worden. Dit mede omdat in Nederland hier geen cijfers van bekend zijn.
Echter in het buitenland zijn percentages bekend van 3-10% van de bevolking die gezondheidsklachten relateren aan EMV. Deze percentages lijken wereldwijd al meer toe te nemen.

• Op 10 januari 2013 is bij de bijeenkomst van het Kennisplatform openlijk gediscussieerd hoe het Kennisplatform " maatschappelijk zorgvuldig communiceert terwijl de wetenschap niet eenduidig is over EMV". Wanneer moet je burgers waarschuwen voor mogelijke gevaren en hoeveel wetenschappelijke duidelijkheid is hiervoor nodig?

 

Rol van de overheid en gemeenten

De rol van de overheid is in deze kwestie meervoudig. Zoals er o.a. zijn:

- In stand houden van een goed functionerend communicatienetwerk
- Economische belangen
- Bescherming van de gezondheid van de bevolking.
- Onrust onder de bevolking te voorkomen

In dit speelveld met tegengestelde belangen moet de Nederlandse Overheid manoeuvreren en haar beleid zoeken. Waarin het lastig is om op landelijk niveau een meer preventieve aanpak te formuleren.

Gemeenten dienen zich te houden aan het Nationale Antenne-convenant, en moeten meewerken aan de plaatsingen van zendmasten.

Daarbij hebben gemeenten echter voldoende speelruimte om invloed uit te oefenen op het bepalen van locaties van deze zendmasten. En kan er op deze manier een keuze worden gemaakt om een preventiever beleid te voeren dat wel gehoor geeft aan de verontrustende aanwijzingen en adviezen wereldwijd.

Het hanteren van een lokaal beleid wat dus o.a. ook door het Europees Parlement en de Raad van Europa wordt geadviseerd.


Advies

Graag zou ik u adviseren om ook in de Gemeente een up-to-date antennebeleid te formuleren wat voldoende rekening houdt met de persoonlijke ervaringen, wetenschappelijke onderzoeken en internationale adviezen.

Met dit antennebeleid in overleg te gaan met telecombedrijven en burgers om gezamenlijk gunstige plaatsen te zoeken om antennes te plaatsen. Zo ook bij ongunstig geplaatste zendmasten, bij de belanghebbenden, de voorkeuren van de gemeente uit te spreken en te zoeken naar alternatieve locaties.

Betere positie voor zendmasten kan bijvoorbeeld zijn:
• Op bedrijven terreinen
• Langs snelwegen
• Naast sportvelden
• Op erg hoge gebouwen (> 50 mtr) zodat de grootste stralingsbundel ruim over bebouwing gaat

Slechte posities voor zendmasten:

• Zeer nabij woonwijken (<200-300 mtr)
• Zeer nabij scholen, crèches, kinderopvang, ziekenhuizen ( kinderen zijn extra kwetsbaar)
• Op relatieve lage bebouwing zodat hoofdbundel op woonhuizen niveau komt

 

 ---------------------------------------

 

Links

1. Persoonlijke ervaringen

Honderden ervaringsverhalen
http://www.stopumts.nl/doc.php/Verhalen/

500 pagina's aan ervaringsverhalen met digitale draadloze apparatuur:
http://www.stopumts.nl/pdf/500%20pag%20getuigenverklaringen.pdf


2. Wetenschappelijke onderzoeken


Nederlandstalige website met opsomming van 1000+ negatieve onderzoeken
http://www.stopumts.nl/doc.php/Onderzoeken/

Engelstalige website met een groot gedeelte van alle onderzoeken naar EMV
(Met tevens een vermelding of desbetreffende onderzoek wel – of geen biologische effecten heeft --gevonden)
http://www.powerwatch.org.uk/science/studies.asp

Engelstalige website met onderzoeken ingedeeld per categorie
http://www.electricwords.emfacts.com/

Website waar het grootste gedeelte van onderzoeken naar EMV gepubliceerd wordt
http://www.emf-portal.de/_index.php?l=e

 

A- Bioinitiative Report:

http://www.bioinitiative.org/

Conclusies van het rapport:
http://www.bioinitiative.org/conclusions/


Nederlandstalige samenvatting van het 2007 rapport:
http://adfo.inspirell.nl/documenten/bioinitiativereport-samenvatting.pdf

 

B – IARC:

Radiofrequente velden "mogelijk kankerverwekkend"
http://www.iarc.fr/en/media-centre/pr/2011/pdfs/pr208_E.pdf

C – Onderzoek RIVM

75% van de plantenstudies zien schadelijke effecten van EMV
http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0160412012002334

D – Onderzoeken mbt. Zendmasten

Opsomming van onderzoeken naar de effecten van zendmasten
http://www.powerwatch.org.uk/science/studies.asp#masts

( Bij elk onderzoek staat vermeld of er een negatieve gezondheidseffect is gevonden = P (positief), het onderzoek neutraal is = - of dat er geen gezondheids-effecten zijn gevonden = N (negatief)


Signaleringen van kankerclusters nabij zendmasten o.a. In het Verenigd Koninkrijk
http://www.scribd.com/doc/3973887/Documentation-about-cancer-clusters-and-other-illnesses-around-mobile-phone-masts


Tsjechie/Oekraine: de ontwikkeling van kanker door radar en telecom zendmasten
http://exp-oncology.com.ua/article/1845/long-term-exposure-to-microwave-radiation-provokes-cancer-growth-evidences-from-radars-and-mobile-communication-systems

 

3. Normen


Website ICNIRP

http://icnirp.de/documents/emfgdl.pdf


ICNIRP houdt geen rekening met biologische lange termijn effecten
http://www.scribd.com/doc/68012413/10/ICNIRP-Guidelines

 

4. Internationale adviezen

A – Resolutie Europees Parlement 2009

http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P6-TA-2009-0216+0+DOC+XML+V0//NL

 

B – Resolutie Raad van Europa 2012
http://assembly.coe.int/Mainf.asp?link=/Documents/AdoptedText/ta11/eRES1815.htm
http://www.assembly.coe.int/ASP/Doc/XrefViewPDF.asp?FileID=17994&Language=EN

 

C – Internationale overheden
Opsomming van internationale aanbevelingen en wetten:
http://www.stopumts.nl/pdf/Compilatie-RF-straling-sept-2013.pdf

 

5. Beleid van de Nederlandse Overheid

KPN verwijst voor de gezondheidsveiligheid van hun producten door naar andere instanties
http://www.wirelessinfo.nl/nieuws/eigen-nieuws/206-kpn-schuift-zijn-verantwoordelijkheid-af

http://www.kpn.com/zakelijk/mobiel/mobiel-bellen/service/antennes-van-kpn.htm
Rechtsonder een link naar het beleid van KPN

Resolutie van wetenschappers voor aanpassen van de normen
http://www.icems.eu/resolution.htm
http://www.icems.eu/docs/resolutions/Porto_Alegre_Resolution.pdf

 

De ICNIRP normen worden ook bekritiseerd door de Hoge Gezondheidsraad van Belgie
http://milieugezondheid.be/dossiers/gsm/090204-%20HGR-advies-zendmasten.pdf

de Duitse bouwbiologische richtlijnen SBM2003.
http://www.baubiologie.de/downloads/english/SBM2003_engl_neu.pdf

 

Aanbeveling Ministerie van Infrastructuur en Milieu "Mobiele telefoon gebruik en kanker"
http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/08/19/advies-gezondheidsraad-over-mobiele-telefoons-en-kanker.html

 

Kennisplatform EMV

Kennisbericht Elektrogevoeligheid
http://www.kennisplatform.nl/Onderwerpen/elektrogevoeligheid/KennisberichtElektrogevoeligheid.aspx


Enquete "Elektromagnetische Velden en Gezondheid"
http://www.stopumts.nl/pdf/Huisarts%20vragenlijst%20EMV%20klachten_inkijkexemplaar.pdf

 

Verslag vergadering Kennisplatform "Maatschappelijk zorgvuldig communiceren"
http://www.kennisplatform.nl/Files/Verslag%209e%20bijeenkomst,%2010%20januari%202013,%20%27s-Hertogenbosch.pdf


Website Kennisplatform EMV algemeen:
http://www.kennisplatform.nl/


De verslagen van vergaderingen tussen het Kennisplatform EMV en de Klankbordgroep:
http://www.kennisplatform.nl/organisatie/Klankbordgroep/Verslagenklankbordgroep.aspx

 

Aanvullend:

Beschrijving van biologische werkingsmechanismes die in het lichaam plaatsvinden bij blootstelling aan EMV. En een onderbouwing waarom zendmasten potentieel veel schadelijker zijn dan mobiele telefoons
http://www.milieuziektes.nl/Rapporten/Why%20mobile%20phone%20masts%20can%20be%20more%20dangerous%20than%20the%20phones.pdf


Onderzoek TNO – Proefpersonen kregen gezondheidsklachten vooral bij UMTS-straling
http://www.milieuziektes.nl/Rapporten/TNO-FEL%20REPORT_03148%20%28Definitief%29.pdf


Huis minder waard door bouwvergunning UMTS-mast
http://www.omgevingsvergunning.nl/nieuws/218/huis-minder-waard-door-bouwvergunning-umts-mast.htm


Jean Pilette –Zendmasten draadloze technologieën en gezondheid
http://www.stopumts.nl/pdf/pilette.pdf

 

Stralingswijze van een zendmast

zm2

 zm1

* Hoge stralingswaarden vooral binnen de 300 meter.





zm3

zm4

 

* Karakteristieke onderzoeksresultaten naar de effecten van gezondheidsklachten rondom zendmasten

 

 

Wireless Info bestaat uit een groep ouders, grootouders, leraren, wetenschappers en zakelijke professionals uit verschillende branches en met verschillende achtergronden. We geven informatie over de relatie tussen gezondheidsklachten en elektromagnetische straling. Daarbij proberen we op transparante, onderbouwde en kritische wijze bedrijven, overheden en instellingen te wijzen op het feit dat men de gevaren van draadloze technologie bijzonder onderschat.

Ga naar boven